R.K. H. Hubertes kerk

Aan het einde van de 16e eeuw beschikte de St. Hubertuskerk over een belangrijke armreliek van St. Hubertus, die talrijke bedevaartgangers trok. Na de politieke omwenteling van 1629 werd de St. Hubertusreliek uit Alem weggehaald. Ze kwam via 's-Hertogenbosch in Antwerpen terecht. Het is mogelijk dat een klein deel van de reliek in Alem achterbleef; misschien ook is rond het midden van de 18e eeuw een deel van de relieken vanuit Antwerpen teruggebracht naar Alem. Aan het einde van de 19e eeuw was de verering niet meer dan een lokale cultus. In 1995 werd door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging weer aangeknoopt bij de oude verering.

Kerk, 1996

  • Hubertus (+; 727) was bisschop van Tongeren-Maastricht, later van Luik. Deze edelman ontpopte zich tot apostel van de Ardennen nadat hij, volgens de legende, was bekeerd tot het christendom tijdens de jacht op Goede Vrijdag. Hij zag toen een kruis verschijnen tussen het gewei van een hert dat hij wilde neerleggen. Door deze bekeringslegende werd Hubertus de patroon van de jagers. Daarnaast wordt hij vereerd als beschermer tegen hondsdolheid. In 743 vond de translatie plaats van zijn corpus naar Andain in de Ardennen, dat sindsdien Saint-Hubert wordt genoemd.

  • Volgens onder meer de Bossche stadskroniek van Everswijn e.a. (1608-1609) beschikte Alem aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw over een belangrijke armreliek van St. Hubertus, die volgens Gramaye via de abdij van St. Truiden afkomstig was uit Saint-Hubert.

  • Gegevens in het kerkarchief van Alem wijzen er (aldus Schutjes) op dat de reliek na 1629 eerst aan een kanunnik te 's-Hertogenbosch en later aan de cellebroeders te Antwerpen werd toevertrouwd.

  • In zijn kort voor 1645 voltooide beschrijving van de Meierij van 's-Hertogenbosch vermeldt Philips baron van Leefdael (circa 1610-1681) als patroon van de kerk van Alem 'St. Huybert ende St. Oderada, rustende hier schoone reliquien van den selven heyligen'. De reliek bevond zich in Alem in een zilveren reliekschrijn dat de vorm had van een onderarm (van elleboog tot aan de vingers). De schrijn was een geschenk van de vrouwe van Thienhoven, dochter van de advocaat Hack, die te Alem woonde.

    Schutjes vermeldt verder dat, toen voor de inname van Den Bosch in 1629 op St. Hubertusdag vele pastoors uit de omtrek te Alem samen waren, de arm door een toeval van het altaar viel, waarop een gedeelte van de reliek afbrak. Dit werd door Reinerus van Hee (vermeld 1623-1631), pastoor van het naburige Maren, meegenomen. Later gaf hij deze reliek door aan Joannes Mengelaers, die haar als kapelaan van Herpen aan deze kerk schonk, waardoor een Hubertusverering in deze parochie ontstond ( -> Herpen, Hubertus, dl. 2). Ook de paters van het Bossche klooster op de Uilenburg verkregen een deel van de reliek. De vingers van de Hubertusrelikwie in Alem zouden met gouden ringen versierd zijn geweest. De resterende relieken 'ex ossibus' van St. Hubertus en St. Odrada in de kerk van Alem werden op 8 april 1746 authentiek bevonden door de protonotarius Snelle, of door de apostolisch vicaris van het bisdom 's-Hertogenbosch, Martinus van Litzenborgh (1745-1756).

  • Anno 1996 berusten in de kluis op de pastorie twee reliekhouders met een ring aan de achterzijde, vermoedelijk beide uit de 18e eeuw. Beide zijn ovaal van vorm. De kleinste is van koper en heeft een lengte van circa 8 en een breedte van circa 6 cm. De houder heeft een geschubde rand. Door beschimmeling is de aard van de reliek, die op een stukje stof is bevestigd, niet herkenbaar. Bovenaan zit een strookje met de tekst 'S. Odradae V.', onderaan staat 'S. Huberti Ep.' Onderaan is een stukje rode zegellak te zien. De grootste reliekhouder meet circa 10 bij 8 cm en is uitgevoerd in zilver met barokke versiering. Op de rand staat bovenaan 'S. Odradae' en onderaan 'S. Huberti'. De houder bevat twee op stof genaaide relieken. De bovenste reliek is een miniscuul stukje bijna vergane bruine stof, de onderste een botfragment. Daaronder is in rode was een zegelafdruk zichtbaar. Het gaat om een zegel van een geestelijke: aan beide zijden van het zegel zijn zes kwasten zichtbaar. Mogelijk is dit het zegel van degene die in 1746 de relieken authenticeerde (zie hiervoor).

  • In de kerk hangt anno 1996 in de linker kruisbeuk een 19e-eeuws beeld van Hubertus, afgebeeld als bisschop met mijter, violet onderkleed, witte superplie en rode bisschopsmantel. In zijn rechterhand houdt hij een goudkleurige jachthoorn, in zijn linkerhand de bisschopsstaf. Rechts achter hem is nog een fragment te zien van het hert uit de Hubertuslegende, waarvan het grootste deel is afgebroken.

Bron tekst: http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/14